banner met de naam van het museum

Opgraven op het bureau
Interview met metaalrestaurator Ron Leenheer

Het museum bezit zo'n 2800 metalen voorwerpen. De conservering hiervan is toevertrouwd aan drs. Ron Leenheer, die na zijn studie archeologie een opleiding tot restaurator volgde. Omdat hij zijn werk buiten het oog van het publiek doet in de catacomben van het museum, willen wij U in dit interview, dat eerder verscheen in het Mededelingenblad van de Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum, kennis laten maken met hem en zijn werk. De restaurator aan het woord over het werk dat nooit af is, modeverschijnselen in het restauratie-atelier, ontdekkingen en mooie en minder mooie momenten in zijn bestaan:

Wat doe je zoal in het museum?
'Ik ben geïnteresseerd geraakt in restauratie, omdat ik bij een opgraving munten behandeld zag worden met een zuuroplossing. Zij kwamen er bijzonder schoon uit, maar er was ook helemaal niets meer vanaf te lezen. Toen dacht ik: dit moet anders kunnen. Mijn voornaamste taak in het museum is de metalen voorwerpen op een verantwoorde manier schoon te maken en te zorgen dat ze veilig de komende jaren doorkomen. Natuurlijk worden de voorwerpen niet meer gebruikt en zijn ze niet meer onderworpen aan de tand des tijd in die zin, maar er moet toch onderhoud gepleegd worden Want ook al hebben we nu in het museum een luchtregeling met allerlei beschermende filters, er komt toch een hoop vuile en vooral vette lucht van de straat binnen. Zodra er een laagje vet zit op de voorwerpen, trekt dat weer stof aan. Dat vormt dan met elkaar een laag die de details vertroebelt. Het komt voor dat op de inventariskaarten details worden genoemd, die allang niet meer zichtbaar waren. Ik vind het heel belangrijk dat voorwerpen prijsgeven wat ze in zich hebben en dat dat ook voor het publiek zichtbaar is.'

Ontdek je wel eens wat nieuws onder de aanslag?
'Bij een bronzen Medusakopje (afb. 1) merkte ik dat de ogen afweken van de rest. Die bleken van zilver en die heb ik weer mooi gekregen. En de mond was met opzet in de Romeinse tijd rood gepatineerd. Ooit was dat wel zichtbaar geweest, want het staat op de inventariskaart, maar er was niets meer van te zien.
Ook graveringen kunnen helemaal in het vuil verdwijnen. Vaak is droog borstelen al voldoende. Op de inventariskaart van een Etruskische zeef (afb. 2) stond: wijnzeef; op de steel Medusa(?), hardlopend. Na licht borstelen werd duidelijk dat het om een danser gaat die in een wat gedraaide houding staat, en kon de tekst op de kaart worden aangepast. Soms gaat het om echt belangrijke dingen: op een van onze bronzen Isis-met-Harpokrates- beelden (afb. 3) kwam een vage inscriptie te voorschijn. Ik heb haar toen, steeds in overleg met de conservator van de Egyptische afdeling, Willem van Haarlem, verder schoongemaakt, tot hij de tekst kon lezen: De grote Isis, de godsmoeder, moge haar leven en gezondheid worden gegeven. Maä-Cheroe-Chonsoe, zoon van de heer des huizes. Dat is dan echt opgraven op je bureau.
Een tijd geleden kreeg onze bronzen Egyptische kat, Bastet, grijze plekken (afb. 4). Daarvoor ben ik op zondag teruggekomen, want het liet me niet los. Na de schoonmaak kwamen tot mijn aangename verrassing in de oren gaatjes te voorschijn waarin ooit gouden oorhangertjes hebben gezeten. En op de borst bleek heel dun een pectoraal, zo'n brede kraag, gegraveerd te zijn. De algehele aanblik van de kat was na de behandeling ook levendiger, of ze wat trotser rechtop zat. Dat vind ik het spannende van dit vak, dat je die voorwerpen als het ware weer laat stralen.'

Gebruik je ook andere middelen dan alleen borstelen?
'Soms is borstelen niet voldoende, dan zijn de voorwerpen 'ziek' en moet je zwaardere middelen toepassen. Ze gaan eerst in de alcohol met BTA (benzotriazol) dat het corrosieproces stopt. Vroeger gebruikte men veel vaker zwaardere middelen, chemische reiniging met zuren of elektrolyse waarbij door de elektrische stroom bepaalde stoffen worden losgemaakt uit het voorwerp. Tegenwoordig is men daar voorzichtiger mee, want ook conservering is aan modeverschijnselen onderhevig.
Je moet je voorstellen dat een metalen voorwerp een huid heeft, die aan de lucht verkleurt. Bij brons ontstaat soms een donkergroene egale laag, de patina, waarin je elk krasje en dingetje ziet. Veel details en dus informatie zitten in de gekleurde huid. Als je die weghaalt en dat gebeurt al snel met zuur of elektrolyse, ben je ook die informatie kwijt.'

Heb je ook wel eens een vervelende ontdekking gedaan?
'Ik gebruik deze zware middelen soms als het voorwerp mij niet helemaal origineel voorkomt. Bij een wetsteenhouder in de vorm van een gazelle (afb. 5) is met elektrolyse de verf die als 'make-up' diende, verwijderd. Toen bleek dat het originele brons was aangevuld met koper en soldeertin. Het nekje van de gazelle was doorgezaagd en er was een stuk soldeertin tussen gezet. Men had ook de oorspronkelijk korte horens langer gemaakt. En om dat weer leuker te maken, waren er allerlei bolletjes soldeertin opgezet. Het geheel was daarna met verf bestreken.
Dat was geen echt fijne ontdekking, want iedereen hoopte dat het wel echt was. Ik heb niet geprobeerd hem te herstellen, want er is zoveel aan verbouwd, dat je het nooit meer helemaal goed krijgt. Ik heb hem als leervoorwerp aangehouden omdat je dan kunt zien hoe je op het verkeerde been gezet kan worden.'

Heb je wel een iets geheel onverwachts ontdekt?
'Soms brengt elektrolyse wel wat leuks boven water. Bij de kledingspelden (fibulae), die gewoonlijk van brons zijn, werd er één bij borstelen steeds bleker in plaats van dieper groen (afb. 6). Na korte tijd elektrolyse bleek dat hij gemaakt is van een legering die voornamelijk uit zilver bestaat met een klein beetje koper. Dat koper reageert aan de lucht en wordt groen. Dus je denkt dat je te maken hebt met een bronzen voorwerp, maar het is zilver. Dat is toen vanzelfsprekend op de inventariskaart en op het bordje in de vitrine veranderd.
Ook andere voorwerpen die er als brons uitzagen, bleken van zilver te zijn. Op de afdeling West-Azië hebben wij twee oorbelletjes met een soort kooitje eraan, één van goud en één van brons, althans zo leek het (afb. 6). Toen ik daarmee bezig was, leek het wel weer zilver te worden. Prof. Joost Crouwel vertelde echter dat die dingen alleen maar bekend zijn in brons en in goud. De onze bleek uiteindelijk toch van zilver en voorlopig is het dus de enige ter wereld voor zover bekend. Maar je mag aannemen dat er nog meer zilveren zullen worden gevonden.'

Zijn er nog speciale problemen?
'Corrosie zorgt voor ingewikkelde problemen wanneer in een voorwerp meerdere metalen verwerkt zijn. Wij hebben een sleutel met een bronzen greep en een ijzeren baard (afb. 7). Doordat het ijzer door corrosie was uitgezet, was het bronzen handvat dat er omheen zat, al gebarsten. Ik heb toen een behandeling bedacht waardoor het ijzer niet verder kon uitzetten. Zo leer je telkens bij.

Ik heb in de ruim 13 jaar dat ik hier werk, vrijwel alles onder handen gehad. Maar ik ben nooit klaar, elke keer is er wel weer wat. Je moet voortdurend blijven opletten.'

Medusakopje met zilveren ogen en rood-gepatineerde mond.
De bovenkant is afgebroken en daarom gaat het vermoedelijk om de onderkant van een handvat, waarmee dat aan de buik van de vaas was gehecht. De grote, mooi gegraveerde vleugels maakten de verbinding extra sterk. De zilveren ogen met de verdiepte pupil, die wellicht ooit ingelegd waren, benadrukken de verstenende werking van Medusa's blik.
Brons en zilver, br. 7,5 cm, Hellenistisch, 3de-2de eeuw v. Chr. (APM 1526)

Wijnzeef met op de steel een gegraveerde danser. Deze loopt naar rechts en kijkt om naar links. Over zijn schouders hangt een kort manteltje. Dergelijke dansende figuren worden ook gevonden op de wandschilderingen in Etruskische graven. In de oudheid zeefde men de wijn, zodat er geen ongerechtigheden in de drinkbeker kwamen.
Brons, l. 27,5 cm, Etrurië, 500-450 v. Chr. (APM 1477)

Isis met Harpokrates. De troon waarop ze zat, is niet bewaard. Harpokrates is de god Horus als kind. Hij heeft nog de zgn. kinderlok. Zij biedt hem haar borst aan. Op de sokkel onder haar voeten is rondom een inscriptie te voorschijn gekomen met de naam van de man die het beeldje aan de godin heeft gewijd.
Brons, h. 22,5 cm, Egypte, Ptolemaeïsch, 2de eeuw v. Chr. (APM 8835)

Zittende kat, wellicht afkomstig van sarcofaag voor een kattenmummie. De kat is het heilige dier van de Egyptische godin Bastet. In de ogen zijn nog resten van bladgoud aanwezig. Zij droeg (gouden) oorbellen in de gaatjes in haar oren en op haar borst kwam bij het schoonmaken een gegraveerd pectoraal te voorschijn.
Brons, h. 17,5 cm, Egypte, 26ste dynastie, ca. 600 v. Chr. (APM 8831)

Wetsteenhouder in de vorm van een gazelle. Bij het schoonmaken bleek dat men de nek en de horens van het oorspronkelijke bronzen dier verlengd had met soldeertin en koper.
Brons, soldeertin en koper, l. 8 cm, Iran, Loeristan, 9de-7de eeuw v. Chr. (APM 9411)

Twee oorbellen. De ringen bestaan uit twee helften die met een opengewerkt bolletje aan elkaar verbonden zijn. Bij de gouden is één helft omwonden met gouddraad en zit er een tweede bolletje voor de bevestiging van een hangertje aan vast.
Goud en zilver, diam. 1,2 en 4,4 cm, Iran, 200 v. Chr.- 200 n. Chr. (APM 9305, 11.565)
Kledingspeld (boogfibula). De sluitpen ontbreekt. Dergelijke spelden werden in de gehele antieke wereld gebruikt om kleding vast te maken. Dit exemplaar komt vermoedelijk uit Egypte, maar het type is ook teruggevonden in Italië, Griekenland en Klein-Azië.
Zilver, br. 5,1 cm, 12de-10de eeuw v. Chr. (APM 8004)

Sleutel met greep in de vorm van het protoom van een rennende leeuw. Het dier strekt zijn voorpoten onder zijn kop naar voren. De manen, ogen en wenkbrauwharen, snorharen en bek zijn gegraveerd. Achter de manen gaat het lichaam van het dier over in een goed in de hand liggende zandlopervormige greep met aan het uiteinde gegraveerde schulpjes.
Brons en ijzer, l. 10,5 cm, Romeins. (APM 15.006)