
Cyprus
Het eiland Cyprus ligt in het oostelijke Middellandse-Zeebekken op het snijpunt van drie continenten, Europa, Azië en Afrika. In de loop der eeuwen hebben vele omringende volkeren het eiland begeerd en ook nu nog is het eiland verdeeld in een Grieks en een Turks gedeelte.
Koper
Het eiland dankt zijn welvaart aan de aanwezigheid van koper. Het Griekse woord voor koper is kypros. Rond 2500 v. Chr. leerde men hoe brons vervaardigd kan worden uit koper en tin. Cyprus werd dé bron van kopererts voor het Middellandse Zeegebied. Omdat het eiland bovendien op een kruispunt van handelsroutes lag, was het door de eeuwen heen het ontmoetingspunt voor de omringende volken. De culturen van die volkeren lieten hun sporen na.
Aphrodite
Voor de latere Grieken was Cyprus het eiland van Aphrodite. De godin van liefde en schoonheid zou bij het eiland uit zee opgerezen zijn. Zeker is dat vruchtbaarheidsgodinnen altijd een belangrijke rol hebben gespeeld op Cyprus.
Steentijd
Cyprus is pas vanaf de Jonge Steentijd bewoond. De eerste bewoners die rond 7000 v. Chr. vanuit het Nabije Oosten overstaken, waren beoefenaars van landbouw en veeteelt met vaste woonplaatsen. Men kende nog geen aardewerk en metaal. Het vaatwerk werd van steen gemaakt. Deze periode eindigde omstreeks 6000 v. Chr.
Rond 4500 v. Chr. zijn er weer aanwijzingen voor bewoning. Deze mensen konden handgevormd aardewerk maken. Vanaf 3900 v. Chr. ging men koper gebruiken voor sieraden en gebruiksvoorwerpen als beitels en haken.
Bronstijd
De Bronstijd begint omstreeks 2900 v. Chr. Door het koper met tin te mengen kon men het sterke en goed te bewerken brons maken. Vanaf 1900 v. Chr. werd er zoveel koper gewonnen dat het geëxporteerd werd. Deze handelscontacten blijken ook uit het feit dat Cypriotisch aardewerk wordt aangetroffen op vele plaatsen in het Nabije Oosten. Op Kreta en in Griekenland ontstonden in het 2de millennium v. Chr. de Minoïsche en Myceense beschavingen. Cyprus profiteerde hier op verschillende gebieden van. De Myceners die een grote behoefte aan brons hadden, importeerden dat uit Cyprus en brachten in ruil hiervoor onder meer hun eigen aardewerk.
Cyprus bleef ook nauwe contacten onderhouden met het oosten. Uit Syrië nam men een nieuw type vruchtbaarheidsgodin over, een staande vrouw met haar handen onder haar borsten. In de 9de eeuw v. Chr. vestigden de Phoeniciërs zich aan de zuidkust.
IJzertijd
Vanaf 1000 v. Chr. wist men ook ijzer goed te bewerken en de welvaart nam weer toe, zoals blijkt uit rijke grafvondsten. De rijkdom aan ertsen leidde er toe dat grote machthebbers hun begerig oog op het eiland richtten: Cyprus kwam achtereenvolgens onder de heerschappij van de Assyriërs, Egyptenaren en Perzen. In 449 lukte het Athene om een deel van het eiland te onderwerpen. Als gevolg waren enkele Cypriotische steden Grieksgezind en andere op de hand van de Perzen. Erg trouw was men echter niet: de gezindheid van bepaalde steden wisselde geregeld, totdat Alexander de Grote het eiland in ca. 328 v. Chr. veroverde. Cyprus raakte vervolgens echter betrokken bij de strijd tussen de opvolgers van Alexander. Uiteindelijk viel het eiland toe aan Ptolemaeus, de koning van Egypte. In 58 v. Chr. kwam Cyprus onder Romeins bewind en in 30 v. Chr., na de val van Cleopatra, werd het een Romeinse provincie. In de kunst is dan niets specifieks Cypriotisch meer terug te vinden. Alle voorwerpen hebben parallellen in andere delen van het Rijk. Bij de deling van het Romeinse Rijk in 395 n. Chr. komt Cyprus bij het Oost-Romeinse Rijk. Daarmee eindigt de oudheid op het eiland en begint de Byzantijnse periode.
Aardewerk uit alle perioden, van de Bronstijd tot aan de Byzantijnse tijd, laten de ontwikkeling van de Cypriotische beschaving zien, en de invloed van uit andere streken afkomstige bewoners. Sommige vazen hebben een rituele functie gehad, andere waren bestemd voor dagelijks gebruik. De natuur was altijd een geliefd thema voor de versieringen: de vazen zijn vaak versierd met plastische of geschilderde dieren.